ECLI:NL:RBDHA:2025:1460
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag van eiser 1 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij eiser 2, die tevens referent is. De minister van Asiel en Migratie heeft niet tijdig besloten, ondanks een ingebrekestelling door eisers.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, is verstreken zonder besluit. Het beroep is tijdig ingediend en gegrond. De rechtbank oordeelt dat de situatie bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning een bijzonder geval vormt, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken passend is.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen, proceskosten en griffierecht aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.