ECLI:NL:RBDHA:2025:14641

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.34340
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervolgberoep bewaring van Algerijnse vreemdeling met verzoek om schadevergoeding

Op 7 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de voortduring van de maatregel van bewaring van een Algerijnse vreemdeling. De eiser, die op 19 juni 2025 in bewaring was gesteld, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen zitting nodig was en het onderzoek op 4 augustus 2025 is gesloten. De rechtbank heeft de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring beoordeeld, waarbij zij heeft gekeken naar de periode sinds het sluiten van een eerder onderzoek op 1 juli 2025.

De rechtbank overweegt dat er in het algemeen zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, ook voor vreemdelingen zonder geldige documenten. De eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er geen presentaties plaatsvinden als zijn nationaliteit niet kan worden bevestigd. De rechtbank concludeert dat de verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld in de uitzettingsprocedure, gezien de schriftelijke rappels aan de Algerijnse autoriteiten en het gevoerde vertrekgesprek. De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring op geen enkel moment onrechtmatig was en verklaart het beroep ongegrond, evenals het verzoek om schadevergoeding. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34340

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 19 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 4 augustus 2025 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1996 en de Algerijnse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 3 juli 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 1 juli 2025.
4. Eiser stelt dat er geen zicht op uitzetting bestaat. Hij meent dat er geen presentaties plaatsvinden als de nationaliteit niet kan worden bevestigd. Hij verwijst daarbij naar een passage uit een voortgangsrapportage uit een andere zaak, waaruit zou blijken dat het consulaat alleen gedocumenteerde zaken wil zien of zaken waarvan de nationaliteit is bevestigd in persoon. Aangezien eiser niet over documenten beschikt, zal er geen presentatie plaatsvinden en ook geen lp [3] worden afgegeven. Verweerder handelt dan ook onvoldoende voortvarend door schriftelijk te rappelleren over de lp-aanvraag.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. In zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar Algerije, ook voor Algerijnse vreemdelingen die niet over geldige grensoverschrijdingsdocumenten of kopieën van zulke documenten beschikken. [4] Eiser heeft met de door hem geciteerde passage “uit een andere zaak” niet aannemelijk gemaakt dat er in het geheel geen presentaties plaatsvinden in het geval de nationaliteit niet kan worden bevestigd. De omstandigheid dat er nog geen reactie van de Algerijnse autoriteiten op de lp-aanvraag is gekomen, ondanks het versturen van rappels, is onvoldoende om aan te nemen dat er in eisers geval geen zicht op uitzetting bestaat. De Algerijnse autoriteiten hebben daarnaast niet te kennen gegeven dat zij voor eiser geen lp zullen afgeven. Ook is niet gebleken van enige poging van eiser om zijn nationaliteit aan te tonen, terwijl het aan hem is om actief en volledig mee te werken aan zijn uitzetting, zoals hem ook duidelijk is gemaakt tijdens het laatste vertrekgesprek.
6. Uit de voortgangsrapportage volgt dat sinds het sluiten van het vorige onderzoek er schriftelijk is gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten op 4 juli 2025 en laatstelijk op 24 juli 2025. Ook is op 18 juli 2025 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser.
7. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 7 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
3.Laissez-passer.
4.Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:722.