Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De opposant had beroep ingesteld tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag, maar dit beroep werd op 29 april 2025 ongegrond verklaard door de rechtbank. Hiertegen stelde de opposant verzet in. De rechtbank behandelde het verzet op 31 juli 2025, maar de opposant en zijn gemachtigde verschenen niet op de zitting, ondanks voorafgaande berichtgeving. De gemachtigde van de verweerder was wel aanwezig.
De rechtbank onderzocht of het verzet ontvankelijk was. Volgens vaste rechtspraak vervalt het procesbelang wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt en niet bekend is waar hij verblijft, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en zijn beroep wil handhaven. Uit communicatie bleek dat de opposant met onbekende bestemming was vertrokken en geen recent contact had met zijn gemachtigde, hoewel de gemachtigde over actuele contactgegevens beschikte.
De rechtbank concludeerde dat de opposant geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en daarom geen belang meer heeft bij de beoordeling van het verzet. Het verzet werd daarom niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de eerdere uitspraak van 29 april 2025 in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet van de opposant is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.