ECLI:NL:RBDHA:2025:1474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag heeft op 31 januari 2025 uitspraak gedaan over het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op 28 oktober 2024. Eerder had de rechtbank al op 18 november 2024 en 24 december 2024 uitspraken gedaan over eerdere beroepen in deze zaak.
De vreemdeling stelde dat er sprake was van nieuwe feiten en omstandigheden, zoals zijn vrijwillige bereidheid tot terugkeer naar Algerije en pogingen om contact te krijgen met de Algerijnse autoriteiten, die onvoldoende waren meegewogen door de minister. Ook voerde hij aan dat de maatregel zijn mentale en fysieke gezondheid schaadde en dat de minister onvoldoende voortvarend was in het realiseren van zijn uitzetting.
De rechtbank oordeelde dat de minister geen verzwaarde belangenafweging hoefde te maken en dat er geen sprake was van een motiveringsgebrek. De gezondheidssituatie van de vreemdeling was niet aannemelijk gewijzigd en hij had onvoldoende onderbouwd dat de medische zorg in detentie ontoereikend was. Verder was er geen zichtbare reden om aan te nemen dat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer zouden verstrekken en de minister handelde voldoende voortvarend door onder meer het voeren van vertrekgesprekken en het rappelleren bij de autoriteiten.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.