ECLI:NL:RBDHA:2025:1477
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en onvoldoende voortvarendheid uitzetting
De minister heeft op 9 september 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke maatregel nog voortduurt. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en beoordeelt uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds 1 januari 2025.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend werkte aan zijn uitzetting naar Algerije, onder meer omdat tijdens zijn strafrechtelijke detentie geen uitzettingshandelingen werden verricht en de Algerijnse autoriteiten nog geen laissez-passer hadden afgegeven. De rechtbank oordeelt dat zij alleen toetst vanaf 1 januari 2025 en dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting, zoals blijkt uit het vertrekgesprek van 2 januari 2025 waarin eiser aangaf niet naar Algerije maar naar Spanje te willen vertrekken.
De minister heeft op 16 januari 2025 gerappelleerd bij de Algerijnse autoriteiten over de lp-aanvraag, wat voldoende voortvarendheid oplevert. De rechtbank wijst erop dat de minister afhankelijk is van de Algerijnse autoriteiten en dat enige tijd voor afgifte van een lp redelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.