Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 31 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling, wat bevestigd werd door de acceptatie van een overnameverzoek door Kroatië op 9 juli 2025.
Eiser voerde aan dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer door mishandeling en pushbacks van asielzoekers, en dat het motiveringsbeginsel werd geschonden. Hij verwees naar het AIDA-rapport 2019 en stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op pushbacks of onmenselijke behandeling in Kroatië. De recente jurisprudentie en een update van het AIDA-rapport ondersteunen dit oordeel. Ook is geen sprake van fundamentele systeemfouten in Kroatië die de asielprocedure zouden ondermijnen.
Verder is het motiveringsbeginsel niet geschonden omdat verweerder voldoende heeft gemotiveerd waarom de overdracht aan Kroatië verantwoord is, mede gelet op uitspraken van de Afdeling en het Hof van Justitie. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.