Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 6 augustus 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure waarbij de eiser, een Syrische nationaliteit hebbende man, zijn asielaanvraag in Nederland had ingediend op 31 maart 2025. De minister van Asiel en Migratie, verweerder, heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op basis van de Dublinverordening, omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. Dit besluit is genomen na een verzoek om overname door Nederland, dat door Kroatië op 9 juli 2025 werd aanvaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, stellende dat Kroatië niet kan worden vertrouwd op basis van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, omdat er aanwijzingen zijn dat Kroatië zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat de asielprocedure daar in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank heeft echter geoordeeld dat eiser niet voldoende bewijs heeft geleverd om aan te tonen dat Kroatië niet aan zijn verplichtingen voldoet. De rechtbank heeft vastgesteld dat er geen gedocumenteerde gevallen zijn van Dublinclaimanten die slachtoffer zijn geworden van pushbacks en dat er geen fundamentele systeemfouten zijn in de Kroatische asielprocedure. De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard, omdat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de asielaanvraag niet in behandeling genomen hoefde te worden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.