ECLI:NL:RVS:2025:1869
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 22 januari 2025 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank, die dit beroep bij uitspraak van 31 maart 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat de rechtsvragen reeds eerder door de Afdeling waren beantwoord en het hoger beroep geen nieuwe relevante vragen bevatte.
De voorzieningenrechter bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Hiermee is het besluit van de minister en de daaropvolgende rechterlijke toetsing definitief bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.