ECLI:NL:RBDHA:2025:14799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking asielvergunning wegens onjuiste beoordeling bijzonder ernstig misdrijf
Eiser, een Oeigoerse asielzoeker met een verblijfsvergunning, werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens een gewelddadige overval. De minister trok daarop zijn asielvergunning met terugwerkende kracht in en signaleerde hem in het Schengeninformatiesysteem voor tien jaar, stellende dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde door een bijzonder ernstig misdrijf.
Eiser voerde aan dat hij geen gevaar vormt en dat de minister het begrip 'bijzonder ernstig misdrijf' onjuist heeft toegepast, zonder rekening te houden met alle omstandigheden en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Ook wees hij op zijn gezin in Nederland en de situatie van de Oeigoeren in China.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de strafmaat in België en niet apart heeft getoetst aan het Unierechtelijke criterium van een werkelijke, actuele en ernstige bedreiging. Hierdoor is het besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en moet het worden vernietigd.
De rechtbank zag geen reden om het beroep aan te houden en wees de overige gronden af zonder inhoudelijke beoordeling. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de asielvergunning wordt vernietigd.