ECLI:NL:RBDHA:2025:1533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis asiel
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent met een asielvergunning. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft beslist.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag heeft bevestigd, maar verder nog geen inhoudelijke beslissing heeft genomen. Daarom legt de rechtbank op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van €100 per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder is reeds een bedrag van €1.442 aan dwangsommen verschuldigd. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €453,50 en vergoeding van het griffierecht van €187 aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.