ECLI:NL:RBDHA:2025:15621
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv-nareis en verblijf familie op grond van artikel 8 EVRM
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis en verblijf als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen een besluit genomen en heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, waardoor uiterlijk 8 november 2024 een besluit had moeten volgen. Dit is niet gebeurd.
De rechtbank stelt vast dat verweerder op 3 februari 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 20 februari 2025 tijdig is ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is. Er wordt een termijn van acht weken opgelegd waarbinnen een besluit moet worden genomen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 en stelt vast dat reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen is verbeurd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze dwangsommen, de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €194. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 20 augustus 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met oplegging van dwangsommen en veroordeling in proceskosten.