Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
€ 194 (honderdvierennegentig euro) moet vergoeden.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn moeder en verblijf als familie- of gezinslid voor zijn zus op grond van artikel 8 EVRM Pro.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, maar heeft geen besluit genomen. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd en worden reeds verbeurde dwangsommen en proceskosten aan eiser toegekend.
Verweerder voerde aan dat het fifo-principe (first-in first-out) gehanteerd wordt waardoor de aanvraag pas in mei 2026 in behandeling wordt genomen, maar de rechtbank wijst dit af en benadrukt dat het beroep niet mag worden aangehouden. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 20 augustus 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van acht weken op waarbinnen verweerder moet beslissen, met een dwangsom van €100 per dag en vergoedt proceskosten en griffierecht aan eiser.