ECLI:NL:RBDHA:2025:15635
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Zweden volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen en voldoende is gemotiveerd, ondanks dat het voornemen in algemene bewoordingen was gesteld. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij de minister mag aannemen dat Zweden zijn internationale verplichtingen nakomt. De door eiser aangevoerde rapporten van Amnesty International zijn onvoldoende om dit vermoeden te weerleggen.
Verder is geen sprake van indirect refoulement en is de minister niet verplicht het verzoek op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken, omdat geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn aangetoond die overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.