Verzoeker, in afwachting van een uitspraak op zijn beroep tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag, verzoekt een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij op 21 augustus 2025 wordt gepresenteerd bij de diplomatieke vertegenwoordiger van Ethiopië. De minister had de presentatie gepland en stelde dat deze geen uitzettingshandeling is, maar een faciliterende voorbereidingshandeling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de presentatie wel als een uitzettingshandeling moet worden aangemerkt omdat tijdens het gesprek de identiteit en nationaliteit van verzoeker worden onderzocht met het oog op vertrek. Gezien het feit dat de rechterlijke toetsing van het terugkeerbesluit nog niet heeft plaatsgevonden en verzoeker geen in rechte vaststaande vertrekplicht heeft, moet de minister zich onthouden van de presentatie.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, verbiedt de presentatie en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten. De uitspraak is gedaan zonder nadere zitting en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.