Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
N. Mekenkamp, griffier.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 21 augustus 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de bewaring van een asielzoeker in het kader van de grensprocedure. Eiseres stelde dat de wettelijke grondslag voor bewaring, artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, niet geschikt is omdat deze gebaseerd is op artikel 8, derde lid, onder c, van de Opvangrichtlijn, dat volgens haar meerdere stelsels van bewaring kent en daarmee strijdig is met het Handvest en het EVRM.
De rechtbank oordeelde dat artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet wel degelijk een passende wettelijke grondslag vormt voor de bewaring van asielzoekers die in afwachting zijn van een besluit in de grensprocedure, alsmede voor degenen die rechtsmiddelen hebben ingesteld of nog kunnen instellen. De stelling dat er geen sprake is van een grensprocedure in de zin van artikel 43 van Pro de Procedurerichtlijn werd eveneens verworpen, mede gelet op het arrest FMS.
Verder werd geoordeeld dat de maatregel niet onrechtmatig is geworden door de aanbiedingsbrief van 29 juli 2025, waarin niet is vermeld dat de asielaanvraag in de Algemene Asielprocedure wordt behandeld. De rechtbank zag geen aanleiding om de maatregel op te heffen en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.