ECLI:NL:RBDHA:2025:16235
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en Nederland het verzoek om terugname op 2 juni 2025 aan Duitsland heeft gedaan, dat dit op 3 juni 2025 heeft aanvaard.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Volgens vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op de bescherming. Uit stukken blijkt dat eiser per 24 juli 2025 is overgedragen aan Duitsland en dat de gemachtigde sinds die datum geen contact meer heeft met eiser.
Daarom concludeert de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier M.A. Postma op 1 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.