ECLI:NL:RBDHA:2025:16351
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij GVVA-aanvraag na staking bedrijfsactiviteiten
Eiseres, afkomstig uit Zuid-Afrika, heeft een aanvraag ingediend voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om als verpleegkundige bij een Nederlands bedrijf (referente) te werken. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging voor verblijf en niet viel onder een vrijstellingscategorie.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing. Tijdens de procedure informeerde haar gemachtigde de rechtbank over gewijzigde omstandigheden: de bedrijfsactiviteiten van referente waren gestaakt na aanhoudingen in een onderzoek van de Arbeidsinspectie. Hoewel de juridische entiteit nog bestaat, is het onzeker of en wanneer de bedrijfsactiviteiten worden hervat.
De rechtbank heeft beoordeeld of eiseres nog een actueel en reëel belang heeft bij de inhoudelijke behandeling van haar beroep. Omdat het doel van het beroep was om een verblijfsvergunning te verkrijgen om bij referente te werken, en deze bedrijfsactiviteiten momenteel zijn gestaakt, oordeelde de rechtbank dat het procesbelang ontbreekt. De mogelijke toekomstige hervatting van activiteiten is te onzeker om als actueel belang te gelden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke beroepsgronden. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een actueel en reëel procesbelang.