ECLI:NL:RBDHA:2025:21245
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij GVVA-aanvraag
Eiseres, afkomstig uit Zuid-Afrika, heeft een aanvraag ingediend voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) om als verpleegkundige bij referente in Nederland te werken. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging voor verblijf en niet viel onder een vrijstellingscategorie.
Na het instellen van beroep heeft eiseres Nederland op 14 november 2024 verlaten. Tevens heeft referente haar bedrijfsactiviteiten gestaakt, waardoor de vergunning waarvoor eiseres beroep instelde feitelijk geen nut meer heeft. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen verzocht te reageren op de procedure en een nieuwe gemachtigde te benoemen, maar zij heeft niet gereageerd.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen actueel en reëel belang meer heeft bij de inhoudelijke behandeling van het beroep, omdat zij de beoogde arbeid niet kan verrichten en het geschil zich toespitst op het mvv-vereiste. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en gaat niet in op de inhoudelijke beroepsgronden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een actueel en reëel procesbelang.