Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis en familie.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van acht weken was gesteld. Omdat de minister niet binnen die termijn heeft beslist en ook geen ingebrekestelling is vereist gezien de uitdrukkelijke termijn, verklaart de rechtbank het beroep ontvankelijk en gegrond.
De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 bij overschrijding. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Het verzoek van de minister om het beroep aan te houden wordt afgewezen omdat dit de prikkel tot voortvarendheid zou wegnemen. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 augustus 2025 door rechter G.P. Loman.