Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent);
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn familieleden. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d van de Awb een nadere beslistermijn van acht weken op, met de mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek nodig is. Tevens worden bestuurlijke dwangsommen opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000.
Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €453,50 en het griffierecht van €187. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin soortgelijke situaties zijn beoordeeld en motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere aard van nareisaanvragen bij asielvergunninghouders.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met bestuurlijke dwangsommen bij overschrijding.