Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvragen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis van zijn ouders en gezinshereniging van zijn broers en zus op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank constateert dat de minister de beslistermijn van maximaal 6 maanden (90 dagen plus verlenging van 3 maanden) heeft overschreden zonder besluit te nemen. Eiser stelde de minister rechtsgeldig in gebreke en diende daarna tijdig beroep in. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd. De reeds verbeurde dwangsommen van €1.442 worden aan eiser toegekend. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin de bijzondere aard van gezinshereniging bij asielhouders is onderkend en de zorgvuldigheid van besluitvorming zwaar weegt. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 3 september 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de minister op binnen acht weken een besluit te nemen onder oplegging van dwangsommen.