ECLI:NL:RBDHA:2025:16455
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens niet tijdig besluit verlening machtiging voorlopig verblijf nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij een referent. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht toegewezen.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, is verstreken zonder besluit. Eisers hebben de minister rechtsgeldig in gebreke gesteld en tijdig beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. De minister wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie die het kader voor beslistermijnen bevestigt en motiveert de langere termijn vanwege de bijzondere aard van gezinsherenigingsaanvragen bij asielvergunninghouders.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.