ECLI:NL:RBDHA:2025:16625
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid ontslag op staande voet zorgmedewerker na lenen en aannemen geld van bewoners
Stichting [partij B], een ouderenzorgorganisatie, stelde [partij A], helpende niveau 2 plus, op non-actief en ontsloeg haar op staande voet nadat zij had erkend € 2.000,- te hebben geleend van een bewoner en driemaal € 50,- te hebben aangenomen van een andere bewoner, wat in strijd is met de professionele gedragsregels en huisregels.
[partij A] betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag en vorderde onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding en loonbetalingen. Stichting [partij B] voerde aan dat het ontslag onverwijld en door een bevoegde persoon was gegeven en dat de gedragingen van [partij A] een dringende reden vormden.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven, de bevoegdheid was aangetoond en dat het handelen van [partij A] een dringende reden opleverde. De vorderingen van [partij A] werden afgewezen, terwijl Stichting [partij B] werd veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en aan [partij A] werd opgelegd een gefixeerde schadevergoeding en het geleende bedrag terug te betalen. Tevens werd verrekening toegestaan.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen, terwijl zij veroordeeld wordt tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding en terugbetaling van het geleende bedrag.