Bij brief van 25 maart 2025 is het ontslag aan [partij A] bevestigd. In deze brief staat onder meer het volgende:
“Op 21 maart jl. bent u op non-actief gesteld. Ik verwijs naar bijgevoegde brief (bijlage).
Daarin is die op non-actief stelling aan u bevestigd en daarin is tevens aan u meegedeeld
dat wij nader onderzoek zullen verrichten. Wij hebben u op 25 maart jl. uitgenodigd voor een gesprek diezelfde dag. Dit naar aanleiding van onze bevindingen naar aanleiding van voornoemd onderzoek. Vandaag hebben wij ontslag op staande voet aan u verleend. Deze brief vormt daarvan een schriftelijke bevestiging. Wij motiveren in deze brief onze beslissing. (…)
Verwijt 1
Op 21 maart jl. heeft uw teamleider ontdekt dat u geld van een mannelijke bewoner, woonachtig op [afdeling] heeft geleend. Het gaat om een contant bedrag van €2.000,--. U
heeft verklaard dat u dit bedrag van deze bewoner heeft ‘geleend’ vanwege financiële
problemen waarmee u kampt. U weet niet hoe u dit bedrag moet terugbetalen. Een
leningsovereenkomst is er niet, zo heeft u aangegeven.
Tijdens ons onderzoek afgelopen dagen heeft de teamleider gesproken met voornoemde
bewoner. Deze bewoner heeft aan uw teamleider verklaard dat u inderdaad uw persoonlijke
financiële problemen met hem heeft gedeeld en hem er daarbij van heeft overtuigd dit
bedrag groot € 2.000,-- contant aan u te lenen. Er is geen document, zijnde een
leningsovereenkomst ondertekend, zo heeft de bewoner verteld. U heeft het bedrag dusver
niet terugbetaald. U heeft vandaag bovendien aan ons bevestigd dat u wist, dat het lenen van geld van een bewoner, verboden is.
Nu deze bewoner u bekend is en u het voorgaande heeft erkend, zien wij - mede uit
privacyoverwegingen - af van het noemen van de naam deze bewoner in deze brief.
Verwijt 2
Wij hebben u vandaag ook geconfronteerd met andere bevindingen uit ons onderzoek. Een
andere mannelijke bewoner (wiens echtgenote op 28 februari jl. is overleden) eveneens
woonachtig op [afdeling] heeft afgelopen maanden - periodiek - contant geld aan u
gegeven. U heeft dit geld aangenomen. U heeft ons vandaag tijdens het gesprek bevestigd
dat dit het geval is geweest. Naar uw zeggen was het in totaal € 150,-- (drie keer € 50,-). U heeft tijdens ons gesprek vandaag erkend dat het u bekend is dat u (een) dergelijk(e)
bedrag(en) niet mag aannemen.
(…)
Onze visie op verwijt 1 en verwijt 2
Uw gedragingen zoals verwoord ten aanzien van verwijt 1 en verwijt 2 zijn volstrekt
onprofessioneel en volstrekt onacceptabel. Het is in strijd met wat van een professionele
zorgverlener mag en kan worden verwacht. Wij verwijzen in dat kader tevens naar onder
meer de voor medewerkers geldende regels, zoals het huisreglement. Of deze gedragingen
al dan niet tijdens werktijd plaatsvonden is daarbij niet relevant. Zowel de gedragingen opgesomd bij verwijt 1. als de gedragingen opgesomd bij verwijt 2. zijn los van elkaar, maar ook in onderlinge samenhang bezien, zo onacceptabel dat continuering van het dienstverband absoluut geen optie meer is. Om die reden is u vandaag verteld dat één en ander voor ons aanleiding is om u per direct op staande voet te ontslaan. (…)”