ECLI:NL:RBDHA:2025:16735
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie legde op 27 juni 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, welke maatregel nog voortduurt. De rechtbank had deze maatregel reeds getoetst in een eerdere uitspraak van 11 juli 2025, waarin de rechtmatigheid tot dat moment werd bevestigd.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank sloot het vooronderzoek op 3 september 2025 zonder zitting en beoordeelde of het voortduren van de bewaring rechtmatig is. De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, onder meer door rappels aan de Egyptische autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een geplande presentatie en het ontbreken van rappels in het dossier geen reden geven om het beroep gegrond te verklaren. Er was geen aanleiding om aan te nemen dat de minister onzorgvuldig handelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.