ECLI:NL:RBDHA:2025:21134
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 27 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft de maatregel eerder getoetst en nu beoordeeld of het voortduren sinds 3 september 2025 rechtmatig is.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend was in de uitzetting, mede omdat hij actief meewerkt door contact te zoeken met de Egyptische vertegenwoordiging. De rechtbank oordeelde dat eiser aanvankelijk niet meewerkte, maar sinds september 2025 wel stappen heeft gezet. De minister heeft daarop in oktober 2025 een gesprek gepland met de Egyptische vertegenwoordiging om de zaak op te schalen, wat uiteindelijk op 22 oktober 2025 plaatsvond.
Gezien deze feiten en het feit dat de aanvraag voor een laissez-passer al op 2 juli 2025 was verzonden, concludeerde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelt. Er was geen grond om de maatregel op te heffen of schadevergoeding toe te kennen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.