ECLI:NL:RBDHA:2025:16779
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na te late beslissing op asielaanvraag
Verzoeker diende op 26 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. De minister vroeg Spanje om verzoeker terug te nemen, wat werd geaccepteerd. Vervolgens besloot de minister de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Spanje verantwoordelijk was. Verzoeker ging hiertegen in beroep, maar dit werd ongegrond verklaard.
Omdat de overdracht aan Spanje niet binnen zes maanden plaatsvond, werd Nederland verantwoordelijk voor de aanvraag vanaf 27 juli 2023. De minister had uiterlijk 27 januari 2024 moeten beslissen, maar de beslistermijn werd verlengd tot 26 augustus 2024 door een beleidsbesluit. Verzoeker diende later een nieuwe aanvraag in, maar de Raad van State oordeelde dat de minister alsnog op de oorspronkelijke aanvraag had moeten beslissen.
Verzoeker stelde de minister in gebreke en diende beroep in wegens het uitblijven van een beslissing. De minister nam uiteindelijk op 4 april 2025 alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep en veroordeelde hem tot vergoeding van proceskosten van €453,50, rekening houdend met de lichte aard van de zaak en de inschakeling van juridische hulp.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €453,50 wegens te late beslissing op de asielaanvraag.