ECLI:NL:RBDHA:2025:16897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens verrichte arbeid in supermarkt
Eiser ontving sinds 2012 een WIA-uitkering. Na een controle door het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) in oktober 2023 bij een supermarkt waar eiser werkzaam zou zijn, stelde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) vast dat eiser vanaf 1 augustus 2023 op geld waardeerbare arbeid had verricht. Dit leidde tot herziening van de uitkering en terugvordering van het teveel betaalde bedrag.
Eiser betwistte de werkzaamheden en stelde dat hij niet of nauwelijks werkzaam was, en dat de basis voor de terugvordering onvoldoende was. De rechtbank oordeelde echter dat de aanwezigheid van eiser tijdens reguliere uren en zijn eigen verklaring over de werkzaamheden voldoende grondslag vormden voor de herziening en terugvordering.
Daarnaast werd een boete opgelegd wegens het niet melden van de werkzaamheden. Eiser voerde hiertegen geen zelfstandige beroepsgronden aan, waardoor de boete gehandhaafd bleef. De rechtbank wees het beroep tegen de besluiten ongegrond, verklaarde het beroep tegen de periode en het bedrag van terugvordering niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening, terugvordering en boete is ongegrond verklaard en verweerder moet griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.