Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[partij B] B.V.te [vestigingsplaats 2] ,
2.
[partij C]te [woonplaats] ,
3. de vennootschap onder firma
[partij D]te [vestigingsplaats 2] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure vordert [partij A] B.V. terugbetaling van onrechtmatige betalingen van €186.100,- die door voormalig bestuurder [partij C] en diens vennootschap [partij B] zijn onttrokken aan de bankrekening van [partij A]. Tevens vordert zij vergoeding van schade en proceskosten. [Partijen B, C en D] betwisten de onrechtmatigheid en vorderen in reconventie betaling van een restant managementvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat geen rechtsgrond bestaat voor de betalingen vanaf de bankrekening van [partij A] aan [partij B] en [partij D]. [Partij C] en [partij B] hebben onbehoorlijk bestuur gepleegd en onrechtmatig gehandeld door gelden ten eigen bate te onttrekken zonder geldige afspraken of aandeelhoudersbesluit. De statuten schrijven voor dat de algemene vergadering de bezoldiging van bestuurders vaststelt, wat niet is gebeurd.
De vordering tot terugbetaling wordt toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf het moment van onrechtmatige betaling. De vordering tot aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vorderingen in reconventie worden eveneens afgewezen. Het verstekvonnis wordt vernietigd. [Partij C] en [partij B] worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag, onderzoekskosten en proceskosten.
Uitkomst: Voormalig bestuurder en zijn vennootschap worden hoofdelijk veroordeeld tot terugbetaling van €186.100 en betaling van kosten wegens onrechtmatige betalingen en onbehoorlijk bestuur.