ECLI:NL:RBDHA:2025:17077
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid terugkeerbesluit na beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Eiser, een derdelander uit Oekraïne met Algerijnse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het terugkeerbesluit van de Minister van Asiel en Migratie nadat zijn tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming was beëindigd.
De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer met hem te hebben, waardoor de rechtbank de beroepsgronden niet beoordeelde. Desondanks voerde de rechtbank een ambtshalve rechtmatigheidscontrole uit, waarbij werd vastgesteld dat de belangen genoemd in artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115 en het non-refoulementbeginsel niet aan de terugkeer in de weg staan.
Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding en het ontbreken van belang. Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 29 juli 2025 werd ongegrond verklaard. De rechtbank motiveerde haar ambtshalve beoordeling uitvoerig, verwijzend naar het arrest Adrar en de toepasselijke richtlijnen.
Tot slot gaf de rechtbank aanbevelingen voor een efficiëntere communicatie tussen betrokken instanties en gemachtigden om onnodige procedures te voorkomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 7 februari 2024 is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het terugkeerbesluit van 29 juli 2025 ongegrond.