ECLI:NL:RBDHA:2025:17079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne
Eiser, een derdelander uit Oekraïne met tijdelijke bescherming, betwistte de beëindiging van zijn verblijfsrecht en het terugkeerbesluit van de minister. De rechtbank beoordeelde de beroepen tegen het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming van augustus 2023 en het terugkeerbesluit van februari 2024, die beide inmiddels waren ingetrokken. Deze beroepen werden niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van belang.
Het nieuwe terugkeerbesluit van juli 2025 bepaalt dat eiser Nederland binnen vier weken moet verlaten, ondanks de zogenoemde bevriezingsregeling die uitstel van vertrek verleent aan derdelanders Oekraïne. De rechtbank kwalificeert deze regeling als collectief uitstel en stelt vast dat deze geen rechtmatig verblijf oplevert. De rechtbank concludeert dat eiser illegaal verblijft en dat het terugkeerbesluit terecht is vastgesteld.
Eiser voerde onder meer aan dat zijn psychische toestand en opgebouwde privéleven een terugkeerbesluit in de weg staan. De rechtbank oordeelt dat deze belangen niet zijn onderbouwd en dat het beginsel van non-refoulement en artikel 5 van Pro richtlijn 2008/115 niet verhinderen dat het terugkeerbesluit wordt vastgesteld. Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten voor het beroep tegen het ingetrokken terugkeerbesluit van februari 2024. De uitspraak is gedaan door rechter S. van Lokven en griffier E.M.J. Clermonts op 15 september 2025.
Uitkomst: Beroepen tegen ingetrokken besluiten niet-ontvankelijk; beroep tegen terugkeerbesluit van juli 2025 ongegrond verklaard.