Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 september 2025 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst
- seksuele gerichtheid en daaruit voortvloeiende problemen
- privéleven (waaronder familie, vrienden, (voorgaande) relaties) en omgeving,
- huidige en voorgaande relaties, contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van lhbti-groepen in het land van herkomst,
- contact met lhbti’ers in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie en
- discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst.
Hoe zou u uw seksuele gerichtheid willen uiten bij terugkeer naar Trinidad en Tobago?’ [3] En ‘
…in het gunstigste geval, als het wel zou kunnen, hoe zou u het dan willen doen?’ [4] En: ‘
Stel die wet is er en je wordt niet veroordeeld. Hoe zou u zich dan uiten?’ [5] Uit deze vragen en uit de door eiser gegeven antwoorden blijkt weliswaar dat eiser het lastig vindt om de vragen te beantwoorden, maar niet dat de hoormedewerker onzorgvuldig handelt of zaken bagatelliseert. De hoormedewerker heeft ook doorgevraagd wanneer zaken haar niet duidelijk waren of zij het antwoord van eiser te algemeen vond. Zo heeft zij bijvoorbeeld bij eisers verklaring dat hij in de kofferbak was gestopt door de bende van [persoon B] extra vragen gesteld. Zij geeft hier aan: ‘
Sorry dat ik u al direct onderbreek, maar u verklaart in algemeenheden vertelt ‘ze’ hebben me in elkaar geslagen. Ik was niet aanwezig, dus ik kan niet weten wie ‘ze’ zijn. Ik wil u vragen meer in detail te vertellen.’ [6] en ‘
We is ze?’ [7] Dat de hoormedewerker de verklaringen van eiser over hetgeen hem is overkomen bagatelliseert volgt de rechtbank niet. Ook is kenbaar rekening gehouden met het feit dat eiser moe was. Zo is vooraf gevraagd naar zijn vermoeidheidsklachten en ook tussendoor is geregeld gevraagd of eiser behoefte had aan extra pauze en zijn die pauzes waar nodig ingelast. Dat de hoormedewerker niet heeft doorgevraagd op de vraag wat het met eiser deed dat hij niet werd geaccepteerd zoals hij is, is juist. De rechtbank oordeelt echter dat, gezien hetgeen hiervoor is toegelicht, het enkele niet doorvragen op dit ene punt niet maakt dat het gehoor als geheel onzorgvuldig is verlopen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 15 april 2025;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814.