ECLI:NL:RVS:2023:1719
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- B.J. van Ettekoven
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wapenverlof wegens geringe twijfel aan betrouwbaarheid aanvrager
Appellant, lid van een schietvereniging, vroeg een wapenverlof aan dat door de korpschef geweigerd werd wegens vrees voor misbruik. Dit volgde op een aangifte van poging tot zware mishandeling waarbij appellant zich bij een tankstation ongepast gedroeg. De aangifte en processen-verbaal vormden de basis voor het besluit, ondanks dat de strafzaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
Appellant stelde in hoger beroep dat de processen-verbaal onbetrouwbaar zijn en dat hij geen toegang kreeg tot camerabeelden, wat volgens hem in strijd is met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geringe twijfel aan betrouwbaarheid voldoende is voor weigering van het verlof en dat de bestuursrechtelijke beoordeling losstaat van het strafrechtelijke traject.
De Afdeling vond de motivering van de minister en korpschef objectief toetsbaar en voldoende. Het feit dat appellant geen cautie kreeg en dat de strafzaak geseponeerd werd, leidt niet tot een ander oordeel. Het maatschappelijke belang van veiligheid weegt zwaarder dan het belang van appellant om een wapenverlof te verkrijgen.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant mag wel met een verenigingswapen schieten en een nieuwe aanvraag indienen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het wapenverlof bevestigd.