ECLI:NL:RBDHA:2025:17325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting maatregel van bewaring in vreemdelingenrechtelijke procedure
De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 juli 2025 aan eiser, een Tunesische vreemdeling, de maatregel van bewaring opgelegd. Eiser stelde beroep in tegen de voortzetting van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 1 augustus 2025 bevestigd, zodat nu alleen de periode daarna werd beoordeeld.
Eiser betoogde dat er geen zicht is op uitzetting omdat zijn laissez-passer-aanvraag (lp) al vijf maanden loopt zonder duidelijkheid over behandeling door de Tunesische autoriteiten. Hij stelde dat de minister geen belangenafweging had gemaakt en dat ervaringsgegevens over lp-uitgifte aan ongedocumenteerden ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting naar Tunesië, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling en cijfers van de minister waaruit blijkt dat Tunesische autoriteiten meewerken aan lp-uitgifte en uitzettingen. De voortgangsrapportage toonde voldoende voortvarendheid in de uitzettingsprocedure. De rechtbank vond geen aanleiding voor een verzwaarde belangenafweging en concludeerde dat de maatregel rechtmatig is voortgezet. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.