ECLI:NL:RBDHA:2025:17342
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit na beëindiging facultatieve tijdelijke bescherming
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het terugkeerbesluit van 31 juli 2025, waarin hij werd opgedragen Nederland binnen vier weken te verlaten en niet meer te mogen werken vanaf 4 september 2025.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het terugkeerbesluit niet prematuur is genomen, omdat de facultatieve tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) reeds op 4 maart 2024 is geëindigd. Verzoekers beroep dat het terugkeerbesluit in strijd is met de toezeggingen in Informatiebericht 2025/17 wordt verworpen.
Ook de stellingen over het niet betrekken van het evenredigheidsbeginsel, de hardheidsclausule en billijkheidsoverwegingen worden niet gevolgd, aangezien deze gronden betrekking hebben op de beëindiging van de facultatieve tijdelijke bescherming, waarover de Afdeling bestuursrechtspraak al heeft geoordeeld.
Verder is de SIS-melding bij het terugkeerbesluit rechtmatig volgens Verordening 2018/1860. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen.