Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 6 september 2025 aan eiser een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde hiertegen beroep in, dat tevens werd aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 17 september 2025.
Eiser betoogde dat de bewaring onrechtmatig was omdat niet duidelijk was hoe hij in de macht van de minister was gekomen, en dat uit het dossier niet bleek dat hij een van de vier mannen was die uit een vrachtwagen waren geklommen en gevlucht. De rechtbank oordeelde echter dat voldoende was komen vast te staan dat eiser via een strafrechtelijk voortraject in de macht van de minister was gekomen, onder meer op basis van een proces-verbaal van aanhouding wegens overtreding van de Wet op de identificatieplicht en het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat de bewaringsrechter zich mocht uitlaten over het strafrechtelijk voortraject en wees op vaste jurisprudentie dat dit niet ter toetsing ligt. Ook ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring, conform het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 8 november 2022, leverde geen onrechtmatigheden op.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.