ECLI:NL:RBDHA:2023:14656
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid strafrechtelijke aanhouding en vreemdelingenophouding
Eiser werd op 7 september 2023 strafrechtelijk aangehouden wegens overtreding van artikel 447e Sr en de Wet op de identificatieplicht. Na de strafrechtelijke aanhouding werd hij op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 opgehouden wegens vermoedelijk illegaal verblijf. Eiser stelde dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond en dat de aanhouding onrechtmatig was, mede omdat het paspoort al uit zijn tas was gehaald voordat hem om identificatie werd gevraagd.
De rechtbank overwoog dat de strafrechtelijke aanhouding rechtmatig was, gelet op de feiten en omstandigheden zoals vastgelegd in de processen-verbaal. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat de bewaringsrechter niet bevoegd zou zijn om het strafrechtelijk voortraject te beoordelen. De rechtbank stelde dat de bewaringsrechter juist bevoegd en verplicht is om het strafrechtelijk voortraject te betrekken bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de ophouding en/of bewaring.
De rechtbank benadrukte dat het recht op een effectief rechtsmiddel vereist dat de bewaringsrechter het strafrechtelijk voortraject beoordeelt, omdat de vreemdeling vaak geen mogelijkheid heeft om zich bij de strafrechter te beklagen als het niet tot strafvervolging komt. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat het strafrechtelijk voortraject en de ophouding rechtmatig zijn verlopen.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard omdat de strafrechtelijke aanhouding en ophouding rechtmatig zijn.