Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de bewaring tot 16 juli 2025 rechtmatig was. Het geschil richt zich op het voortduren van de bewaring na deze datum.
Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde bij zijn uitzetting en dat de voortgangsrapportage onduidelijkheden bevatte. De rechtbank constateerde dat de rechtbank de termijn voor het sluiten van het vooronderzoek en het doen van uitspraak overschreed, waardoor geen spoedige beslissing werd genomen zoals vereist door artikel 5, vierde lid, EVRM.
De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de bewaring vanaf 11 september 2025 onrechtmatig was en kende eiser een schadevergoeding toe van €500 voor vijf dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens werden proceskosten van €907 aan eiser toegekend. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel van bewaring opgeheven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens te late beslissing op de bewaring en eiser ontvangt een schadevergoeding van €500.