Deze uitspraak betreft drie beroepen van eisers tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank bevestigt dat de minister de door eerdere uitspraken opgelegde beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen ontvankelijk zijn, ook zonder ingebrekestelling, vanwege eerdere rechterlijke termijnen die inmiddels zijn verstreken. De minister wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak alsnog besluiten te nemen op de aanvragen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers, vastgesteld op €453,50. De rechtbank motiveert haar beslissing onder meer met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en de juridische kaders rondom dwangsommen en het gelijkheidsbeginsel binnen het Unierecht.