ECLI:NL:RBDHA:2025:17598
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar opvanglocatie voor meerderjarigen
Verzoeker, die door de IND als meerderjarige is geregistreerd, verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt overgeplaatst naar een reguliere opvanglocatie voor meerderjarigen. De overplaatsing was gepland op 11 juli 2025. De voorzieningenrechter oordeelde dat het COa terecht mocht uitgaan van de leeftijdsbepaling door de IND, ondanks de door verzoeker aangevoerde twijfel over zijn leeftijd.
Verzoeker stelde dat hij kwetsbaar is en bijzondere opvangbehoeften heeft, onderbouwd met verklaringen van zijn voogd en mentor. Het COa heeft echter gemotiveerd dat deze verklaringen subjectief zijn en onvoldoende onderbouwd met medische stukken. Bovendien biedt het COa maatwerk binnen reguliere opvanglocaties en kan indien nodig overplaatsing naar een intensief begeleidende opvanglocatie plaatsvinden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het COa een eigen beoordeling van de opvangbehoefte heeft gemaakt en dat verzoeker geen concrete specifieke opvangbehoeften heeft aangetoond die een plaatsing in een opvang voor minderjarigen vereisen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen overplaatsing naar een opvanglocatie voor meerderjarigen wordt afgewezen.