ECLI:NL:RBDHA:2025:17609
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en terugkeerbesluit vreemdeling
Eiser is sinds 2 juni 2025 in bewaring genomen op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 19 september 2025 via telehoor, waarbij eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren.
Eiser stelt dat de Algerijnse autoriteiten hebben bevestigd dat hij niet bij hen bekend is, waardoor het zicht op uitzetting naar Algerije is vervallen en de bewaring onrechtmatig voortduurt. Volgens eiser is sprake van persoonsverwisseling en is hij daadwerkelijk Algerijns, niet Marokkaans. Hij betwist dat er een geldig terugkeerbesluit is dat ook Marokko vermeldt.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Er is een geldig terugkeerbesluit waarin zowel Algerije als Marokko zijn opgenomen. De minister richt zijn inspanningen terecht op terugkeer naar Marokko nu Algerije aangeeft eiser niet te kennen. De stelling van persoonsverwisseling acht de rechtbank niet aannemelijk. Eiser heeft geen nieuwe feiten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Ook is geen sprake van schending van het familie- en gezinsleven of het non-refoulementbeginsel.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en griffier H.A. van der Wal op 25 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.