Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Zwitserland heeft dit verzoek op 30 juli 2025 aanvaard.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Libische nationaliteit, diende op 8 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland stelde vast dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar in 2019 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend. Zwitserland accepteerde het verzoek tot overdracht.
Eiser vreesde dat hij in Zwitserland onvoldoende opvang en bescherming zou krijgen en mogelijk zou worden uitgezet naar Libië, wat zou neerkomen op indirect refoulement. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland structurele tekortkomingen vertoont die leiden tot onmenselijke of vernederende behandeling. Eiser had geen objectieve landeninformatie of bewijs van onmogelijkheid tot klagen bij Zwitserse autoriteiten overgelegd.
Ook het beroep op onevenredige hardheid op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd verworpen, omdat eiser geen bijzondere individuele omstandigheden had gesteld die overdracht aan Zwitserland onredelijk maken. De rechtbank wees het verzoek om aanhouding van de procedure af wegens het niet verschijnen van eiser.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de minister om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.