ECLI:NL:RBDHA:2025:17898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning regulier niet in strijd met artikel 8 EVRM ondanks medische problemen
Eisers, met Afghaanse nationaliteit, verblijven sinds 1998 in Nederland en hebben meerdere asielaanvragen gedaan die zijn afgewezen wegens betrokkenheid bij ernstige misdrijven volgens artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Zij vroegen om een reguliere verblijfsvergunning op basis van hun opgebouwde privéleven in Nederland.
De rechtbank stelt vast dat eisers steeds uitstel van vertrek hebben gekregen vanwege medische problemen, waardoor zij momenteel niet kunnen worden uitgezet. Dit maakt dat hun gezins- en privéleven in Nederland kan worden voortgezet, zodat de afwijzing van de aanvraag geen schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert.
Verweerder voerde aan dat het belang van de openbare orde zwaarder weegt dan het privéleven van eisers, mede vanwege hun vermeende betrokkenheid bij ernstige misdrijven. Eisers betoogden dat verweerder eerst had moeten beoordelen of de artikel 1F-status opgeheven kon worden, en dat een duurzaamheids- en proportionaliteitstoets (D&P-toets) had moeten plaatsvinden.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en oordeelde dat verweerder niet verplicht was een D&P-toets uit te voeren buiten de asielprocedure. Ook was het niet nodig om de artikel 1F-tegenwerping ambtshalve te toetsen in deze procedure. Hoewel het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.