Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie vanwege het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 februari 2024. De rechtbank constateert dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken geen besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het ‘8+8 wekenmodel’ toegepast, waarbij de minister in principe binnen zestien weken moet beslissen. Na een nader gehoor op 4 juli 2025 geldt een nieuwe termijn van acht weken vanaf de dag na de uitspraak.
De rechtbank legt een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres ad € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.