Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 21 februari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn alsnog heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt een nieuwe beslistermijn op waarbij de minister uiterlijk op 16 januari 2026 een besluit moet nemen, rekening houdend met het 8+8 wekenmodel en de maximale termijn van 21 maanden. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor het geval de minister deze termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.