Eiser heeft beroep ingesteld omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn had beslist op zijn asielaanvraag van 7 juni 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde aanvullende termijn van twee weken heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij bepaalt dat de minister alsnog binnen acht weken na de bekendmaking van deze uitspraak een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' zoals vastgesteld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Omdat de bovengrens van 21 maanden is overschreden, acht de rechtbank een kortere termijn passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.