De eiser heeft beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn had beslist op zijn asielaanvraag van 1 maart 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister niet binnen de door eiser gestelde termijn alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. De minister wordt opgedragen binnen zestien weken na de dag van bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, conform het '8+8 wekenmodel' zoals gehanteerd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100,- per dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen indien hij het niet eens is met de uitspraak.