In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gedaan op 30 september 2025, gaat het om een beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister van Asiel en Migratie niet tijdig heeft beslist op haar asielaanvraag van 11 november 2023. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld en vastgesteld dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. Eiseres heeft de minister na het verstrijken van de termijn verzocht om alsnog binnen twee weken te beslissen, maar de minister heeft hier niet op gereageerd. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld, dat door de rechtbank als ontvankelijk en kennelijk gegrond is beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de minister alsnog een besluit moet nemen op de aanvraag, waarbij rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. In dit geval, waar de bovengrens van 21 maanden is overschreden, legt de rechtbank een kortere beslistermijn op. De minister moet binnen acht weken na de bekendmaking van deze uitspraak een besluit nemen. Indien de minister deze termijn overschrijdt, is hij een dwangsom van € 100,- per dag verschuldigd, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet de minister de proceskosten van eiseres vergoeden, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bevat informatie over de mogelijkheid tot verzet tegen de uitspraak binnen zes weken na verzending. De rechtbank heeft de minister opgedragen om binnen de opgelegde termijn een besluit op de aanvraag bekend te maken en heeft de proceskosten vergoed.