In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 30 september 2025, wordt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag beoordeeld. Eiser, een aanhanger van de Tamil Eelam-beweging, heeft op 5 juni 2023 een opvolgende asielaanvraag ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 26 mei 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. De rechtbank heeft de zaak op 11 augustus 2025 behandeld, waarbij zowel eiser als zijn gemachtigden en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is, wat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser heeft eerder vijf asielprocedures doorlopen, waarvan de meest recente afwijzing op 12 april 2019 in rechte vast is komen te staan. Eiser stelt dat hij bij terugkeer naar Sri Lanka gevaar loopt vanwege zijn politieke activiteiten in Nederland, maar de rechtbank concludeert dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staat. De minister heeft terecht geoordeeld dat de deelname van eiser aan demonstraties in Nederland niet voldoende is om een gegronde vrees voor vervolging aan te tonen.
De rechtbank verwijst naar relevante wetgeving, zoals de Vreemdelingenwet 2000, en eerdere uitspraken van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een prominent lid is van de Tamil Eelam-beweging of dat hij een substantiële bijdrage levert aan een georganiseerd separatistisch streven. De rechtbank wijst het beroep af en stelt dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.