Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 13 januari 2024. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat de minister ondanks verzoeken niet binnen twee weken alsnog heeft beslist.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Zij legt de minister op om uiterlijk op 8 december 2025 een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met het '8+8 wekenmodel' en de maximale termijn van 21 maanden. De rechtbank acht deze termijn zorgvuldig en passend.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens veroordeelt zij de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.