Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 18 augustus 2025 is opgelegd en verlengd op 30 augustus 2025. Hij stelde dat de eerdere maatregel van 14 juli 2025 te laat was omgezet, waardoor de huidige maatregel onrechtmatig zou zijn. Daarnaast voerde eiser aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede vanwege zijn medische situatie en de wens om de procedure in een asielzoekerscentrum af te wachten.
De rechtbank overweegt dat de vraag over de tijdigheid van de omzetting van de eerdere maatregel niet in deze procedure kan worden behandeld, maar in een apart beroep tegen die maatregel. Tevens is een één dag te late omzetting op zichzelf geen ernstige schending die de huidige maatregel onrechtmatig maakt. Wat betreft het lichter middel stelt de rechtbank vast dat de zwaarwegende gronden voor bewaring, zoals het niet op de juiste wijze binnenkomen van Nederland, het niet naleven van terugkeerbesluiten, het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en het risico op onttrekking aan toezicht, niet zijn bestreden en rechtvaardigen de bewaring.
De rechtbank acht de enkele bereidheid van eiser om zich aan een meldplicht te houden onvoldoende om een lichter middel toe te passen. Ook zijn medische bezwaren zijn niet onderbouwd met stukken, zodat geen aanleiding is om de bewaring als onevenredig bezwarend te beschouwen. De ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de maatregel leidt eveneens niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.