ECLI:NL:RVS:2024:1206
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- N. Verheij
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na wijziging grondslag
De staatssecretaris stelde een vreemdeling op 12 januari 2023 in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (maatregel 1). Deze maatregel werd op 17 januari 2023 opgeheven en direct vervangen door een tweede maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en c, van dezelfde wet (maatregel 2). De rechtbank oordeelde dat beide maatregelen onrechtmatig waren en kende schadevergoeding toe voor de eerste maatregel.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen het oordeel over maatregel 2. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de onrechtmatigheid van maatregel 1 niet automatisch betekent dat maatregel 2 ook onrechtmatig is, omdat deze op een andere wettelijke grondslag is gebaseerd. De Afdeling stelde vast dat maatregel 2 niet vanaf het begin onrechtmatig was, omdat de vreemdeling kort na de eerste maatregel alsnog een asielaanvraag kon indienen en de bewaring op een juiste grondslag werd voortgezet.
De Afdeling vernietigde het oordeel van de rechtbank over maatregel 2 en verklaarde het beroep ongegrond. De schadevergoeding werd beperkt tot de periode van maatregel 1, waarvoor de rechtbank reeds een bedrag van €630 toekende. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de tweede maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en de schadevergoeding beperkt tot de eerste maatregel.